top of page

Over het schone

Bijgewerkt op: 8 jan. 2023



Het ware, het goede én het schone. De eerste twee hebben zich volledig genesteld in de organisatiekunde, om de laatste een plek te geven moeten we moeite doen. De intuïtie vertelt ons wanneer iets mooi is. Sterker nog, als iets ons in vervoering heeft gebracht willen we dit liever koesteren dan verbaliseren. Het is zo lastig taal te vinden voor geraaktheid en betovering. En dan de organisatie- en veranderkunde; een domein waarin de complexiteit modellen en woorden nodig heeft om inzichtelijk te worden. Veel woorden. Zo bezien gaat het om het grootst mogelijke contrast.


Ik vertoef professioneel in beide werelden. Soms in de één, soms in de ander, vaak op de grens.


Ik ben bij momenten geraakt tijdens de online lancering van het SIOO boek ‘Over het schone – 32 bespiegelingen over organiseren en begeleiden’, samengesteld door Jesse Seegers en Marguerithe de Man. Als ik om tien uur op de laatste vrijdagavond van januari uitlog en de virtuele ruimte verlaat, ontsnapt er zucht van voldoening mijn lichaam. Een uitademing die volgt na een mooie workshop, een heerlijke maaltijd, prachtige muziek of een geslaagde theaterinterventie.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Intermezzo: 30 jaar terug


Een voorstelling maken met jongeren. Een mix van lichamelijke beperkten en mensen die zich zonder beperking mogen bewegen. Het stuk: Antigone. Een bewerking van de tragedie van Sophocles. Een gestripte versie ondersteund door gecomponeerde rockmuziek van Tudor Rutjes.


Kort iets over het verhaal. Antigone wil één van haar tweelingbroers begraven. Dit is tegen de wil en wet van Creon, de tijdelijke koning. De broer in kwestie verdient geen begrafenis, omdat hij niet aan de goede kant staat. Antigone volhardt, niemand kan haar tegenhouden en Creon veroordeelt haar ter dood. Tegen het einde waarschuwt ziener Tiresias koning Creon: ramspoed zal Thebe treffen als hij volhardt in zijn straf. Creon luistert aanvankelijk niet. Als hij toch zijn besluit wil terugdraaien is het te laat. Antigone heeft zichzelf gedood. Daarna treft het noodlot Creon. Eerst zijn zoon (de geliefde van Antigone) en daarna zijn vrouw verruilen het tijdelijke voor het eeuwige.


Hier gaat het om de rol van de ziener Tiresias. Een jongen met spierdystrofie speelt deze rol. Hij zit in een rolstoel, kan er ook uit, en dan beweegt hij kruipend. Hij is lastig verstaanbaar en dat is voor het stuk, waarin de inhoud van de woorden ertoe doet, een probleem. De oplossing om iemand uit het koor, op band, de tekst te laten zeggen en Tiresias de bewegingen te laten maken wordt getoond bij een doorloop. Tiresias die je niet kunt horen spreken roept een heftige reactie op bij één van de kijkers: de speler wordt ook al zijn stem afgenomen. Dit is misschien schoon bedoeld, maar zeker niet goed. De uiteindelijke vorm die we vinden na deze crisis lijkt uit de lucht te komen vallen. Tiresias improviseert met stem, ik kijk en zie dat het niet werkt. Als Ismene, de zus van Antigone, vertaalt wat Tiresias zegt, ontvouwt de scene zich. Het werkt.


Er groeit betekenis. Het publiek ziet een mens die niet wil luisteren naar een voorspelling. Het lot heeft een vertaler nodig heeft om überhaupt begrepen te kunnen worden. De vertegenwoordiger van de wijsheid werkt zich in het zweet, de schokkerige bewegingen en hoge spierspanning boetseren een aangrijpend beeld. Bewegingen die vreemd ogen confronteren de kijker met zijn neiging het gewone te verkiezen boven het ongemakkelijke. Tiresias ziet er prachtig uit. Allerminst een gehandicapte die medelijden oproept. We moeten eerder meeleven hebben met de koning, die wankelt op zijn benen. Hij wankelt omdat hij zo geboren is.


Er volgen vele scenes waar ik als maker bij betrokken ben, maar dit is en blijft de allermooiste.

------------------------------------------------------------------------------------------------------

Paul Kloosterboer kreeg in zijn workshop de vraag over de relatie tussen het ware en het schone. Hij parafraseerde het slot van zijn artikel. Ik citeer de geschreven tekst.


‘Als dan iets van het ware zich toont in zijn naaktheid, schuchter in de immer sluimerende schaamte, wordt het stil. Een stilte die galmt als een kerkklok, omdat iedereen dan beseft dat het zo is en dat het hierom gaat. Daarna heeft elke aanwezige weet van het goede dat hem of haar te doen staat. Elke woord is op zo’n moment een nieuwe wikkel die het ware weer verhult. De stilte is voor mij de ultieme schoonheid’. ¹


Ik was er even stil van. Daarna dacht ik twee dingen:


De stilte staat haaks op de behoefte binnen organisaties om te begrijpen wat er aan de hand is en dit zo exact mogelijk onder woorden te brengen.


Als ultieme schoonheid bestaat, dan is ze vluchtig van aard; ze komt en gaat. De stilte na een scene, voordat de analyse de regie van de bijeenkomst overneemt, is zeldzaam en indrukwekkend. Wat een voorrecht om daar bij aanwezig te zijn en dat met anderen te beleven.


Op naar een volgende stilte.


¹ Kloosterboer, P.(2021). ‘Het schone als Ambacht’ uit: Over het schone; (pag.187). Haarlem: Mediawerf uitgever en SIOO.



8 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven
bottom of page